Gedichten
Hier deel ik enkele gedichten die ik regelmatig ververs
Uit 'Met zachte handen de wereld door' én
'Van nevel tot maneschijn'
De glans
In winters van vergane jaren,
reeds bevroren in de tijd,
bleef het lentelicht bewaard
in de glans van kwetsbaarheid
Zie het nog in elke vlinder;
vleugels breekbaar, doch vol moed
Dansend door de zomer—
fladderend naar de avondgloed
Uit 'Van nevel tot maneschijn'
Een zilveren sluier
Wij zijn de horizon
en we grijpen naar de lucht
om in de avondgloed te dansen,
voordat zij in het water vlucht
Hoe strekt ons de ruimte,
hoe stilt ons het blauw
als we sluimeren in zeeën,
in nevel en dauw
Zoals de maan reeds vertoeft
in de schaduw van het licht,
in zilver gesluierd
en nimmer—
met de ogen dicht
Uit 'Van nevel tot maneschijn'
In de regen zien we niets
We graven tot op het vaste,
vinden korrels tussen 't zand,
we nemen ze tussen onze vingers
en de modder neemt de overhand
De regen blijft maar komen,
heeft alles weggespoeld
Koud zijn onze handen
omdat het hart ook regen voelt
In de regen zien we niets
Als we op de zon hadden gewacht,
was een korrel glas geworden,
had het licht ons glans had gebracht
Aan het einde van de regenboog
Hier staan we op de vlakte
Jij en ik— en de wereld tussen ons in
We kijken naar de opkomende zon
en zien een nieuw begin
In de verte zweeft het droombeeld
en we laten haar gaan
omdat we beide niet meer dromen,
we liever gaan staan
En zo vliegt dat droombeeld
naar de stilte van het lot,
is de zon in lege handen
verloren goud uit een pot
Uit 'Van nevel tot maneschijn'
Beelden
Hoe dieper ik voel,
hoe meer er verschijnt:
een rode zee in mijn borst,
een leeg huis dat wegsluipt,
licht in smalle reepjes
dat door mijn huid
naar buiten kruipt
Misschien zijn gevoelens
wel geen woorden
Misschien zijn ze beelden
die wachten
tot iemand durft te kijken
Uit 'Van nevel tot maneschijn'
Eeuwige liefde
En terwijl de wolken verder drijven,
realiseer ik mij
dat ze niet vragen om te blijven
want je stuurt de wind niet bij
En soms is liefde net als de hemel:
laat ze zich niet sturen
Maar als we omhoog blijven kijken
naar het goud tussen de wolken,
zien we dat liefde zelfs in stilte—
eeuwig zal duren
Uit 'Van nevel tot maneschijn'
De belofte
De grond bewaart wat waar is,
maar verraadt nooit
wat er onder de stilte leeft
Na elke winter
wordt het zand weer zacht,
krijgen wortels kracht,
zoeken ze hun weg omhoog
door diepe, stille lagen—
terwijl zelfs de kleinste zaadjes
de belofte van de lentes dragen
Onder de huid
Met de wind langs haar schouders
stond ze in het zwarte zand
Ze was het licht van de zomer geweest
en nu was ze uitgedanst
Ze was ouder geworden,
vervloeid tot iets zachts
Weemoed en strijdlust
hadden haar hier gebracht—
en nu was ze bijna zover
om de herfst te ontmoeten
Ze zou iedere paddenstoel verwelkomen,
ze met een blozende glimlach begroeten
En de vlinders zouden slapen
onder blaad'ren van bekommering
Met de zomer in haar hart
was de regen slechts beslommering
Want wat voorbijgaat,
verdwijnt niet in innerlijke sereniteit
Soms blijft het als warmte
onder de huid van de tijd
Uit 'Van nevel tot maneschijn'
Sterren
Achter mijn wimpers—
ligt een wereld verborgen
Een glimp die alleen ik zie
tussen gisteren en morgen
Ik sluit mijn ogen
om het licht te ontwaren—
want alleen in het donker
kan ik sterren bewaren
Uit 'Met zachte handen de wereld door' én
'Van nevel tot maneschijn'
Verbloemde tijd
Mag ik in stilte verwijlen,
omfloerst door een vergulden nacht—
tot neerdalende woorden verdwijnen
en de adem van de liefde ons omringt
En als de ochtend begint
Mag de gouden oever dan mijn nevelsluier verbloemen,
met rozen vol zachtheid,
zonder doornen in het gras,
alsof de tijd die in de zwaarte der geuren geleefd is—
slechts het milde, bloemige van rozenwater was
Een zonnige winnaar
Ik heb ze in mijn handen gehad
Tien zilveren kelken
uit een tijd van doelloos dwalen
en ze brachten me nergens
Prestatiedrang, echo zonder geluid;
slechts zwevende, zingende, oude verhalen
Ik heb ze door mijn haren gevoeld
Tien warme vingers
uit een tijd van nog gezien
en ik voel ze nog
De liefde, de liefde
Bleef ik maar eeuwig—
onwetend negentien
Ik heb ze plat gekust
Tien kleine teentjes
Tweemaal zo volmaakt
en ik doe er alles, alles voor
dat wat ik met zoveel liefde heb gebaard,
staan blijft en het licht raakt
Ik heb ze op mijn kussen zien liggen
Tien blauwe parels
Ze kwamen rechtstreeks uit je hart
en dat was het moment
dat ik een leeuwin werd;
je ziel schoonlikte
en vocht voor wat toekomst had
Men hoeft niet te winnen
om een zonnige winnaar te zijn
Wanneer men zijn best doet
en koestert als een hemelse muze,
wordt het leven een dankbare kruimel,
vloeit het goud zo in je wijn
Uit 'Met zachte handen de wereld door' én
'Van nevel tot maneschijn'
Er zijn vogels op de aarde
Er zijn vogels op de aarde
en er zijn vleugels in de lucht
en de mens heeft zijn waarde,
zelfs zonder vogelvlucht,
maar de meesten zullen vluchten
zonder vleugels,
maar met het hoofd—
omdat niemand nog eigenlijk
in wonderen gelooft
Vlinders
Wanneer de dag met de dauw ontwaakt
en haar hart balans opmaakt,
schrijft ze de slagen met wildheid op papier
Haar voldoening is ademen;
haar ritme ligt hier
Ze wil de letters als magneten laten zweven,
ze aan harten doen verkleven—
als stuifmeel
en dat vleugels worden ontdekt,
het gebroken wordt vergeten
Want vlinders— zullen pas vliegen
als ze hoopvol uit hun cocon kruipen
omdat ze het licht zien—
zij kan het weten
Uit 'Tussen hemel en aarde'
Nooit verloren
Het is geen verlies
om mij te laten zijn
Onzichtbaar
als de wind
Als een zachte zomerbries
Liefde in stilte,
teder en fijn
Laat me maar waaien
Ik kan nooit verloren zijn
Uit 'Het pad van mijn dromen'
Passen
Ik wil me niet verlaten
om te passen op een plaats
waar een traan wordt weggelaten
omdat verdriet zo wordt gehaat
De dauw van iedere ochtend
verdampt vanzelf door de straal,
die ik ondanks al die regen
uit mijn eigen passen haal
Uit 'Waar dankbaarheid bloeit'
Mijn hart
De dag marcheert in een stevige pas
Vier kwarts echoot het ritme diep in mij
De wind ligt voor mijn voeten
en ik,
ik hou haar bij
In een lege kamer neurie ik,
een volle klank vult bloed met warme lucht
Passie kleurt de muren rood
en ik proef er elke vrucht
In mijn rozentuin liggen blaadjes op de grond
Ik heb geplukt en bewaard
en de regendruppels al tikkende op de knop
is het gestage ritme
van mijn aard
Uit 'Waar dankbaarheid bloeit'
Met hart en ziel
Dansende als een zwaluw
in een avond van grijs,
vlieg ik naar onzekerheid
in de schepping van de nacht
Van maan tot maan
in schaduwlijn
is de zilveren hoop
de gloed, de kracht
Ik land als een vlinder
op de hart van een bloem,
drink er liefde
en sproei het over groen
Over alles wat ik liefheb
in dit geurende bloemenveld,
waar ik de blaadjes nog pluk
van de zegeningen die ik heb geteld
Geluk
Geluk vind je niet
tussen het koren
als het kaf
nog in je hoofd maalt
Werp de doppen hoog in de lucht
Zegeningen
Vandaag is luchtig,
zon is zacht
Engelen zingen hun mooiste psalm
Temidden van dit alles,
rust mijn blik—
op dankbaar water,
vredig en kalm
Vertrouwen
Stenen verkalken door weer en door water
Rozen klimmen en bloeien vandaag
Houden zich vast aan morgen en later
Vertrouwen de muur, al hangen ze laag
Uit 'Leef maar'
Leef je golven
De dag verdwijnt met de zon in het water
Wat vandaag in het zand lag,
ligt morgen onder de brug
We zwemmen in schuim en denken niet aan later,
maar golven, ze stromen
en komen niet terug
Uit 'Leef maar'
Parels
We zoeken parels op het strand
Vogels fluiten dankbaar
en duiken vissen op
We houden ons kruimels voor
die we zelf hebben gebakken
De zee kijkt toe
hoe we verdrinken
op het droge
Uit 'Leef maar'
Groeien
We lopen emmers met water te zeulen
en we kruipen in de schaduw
om de zon vrij baan te geven
Op zand met dezelfde geschiedenis
waar niemand wil horen over overleven,
maar ieder praat over het (be)staan,
terwijl de bloei van een ander
langs andere bladeren gaat
Bladeren die sterk zijn
in een veld waar niets meer durft te groeien
Uit 'Dichterbij'
In de stilte
In de stilte van de dagen
als het zachte ochtendlicht
zonder herrie, zonder vragen
glanst op mijn gezicht,
kan ik gedachten laten stromen
als een boek zonder einde
en mag ik kleine mooie dromen
even echt laten zijn
In de stilte na de stormen
als de zon haar glorie schijnt
en de ravage van wat was
even in het niets verdwijnt,
dát zijn de momenten
dat ík mezelf kan zijn
Niet in de chaos van het leven,
maar in de stilte ben ik mij
Droomwind
Als je hoofd vol zorgen zit,
mogen deze woorden je dan omarmen
als een engel met zachte vleugels
die jou laat oprijzen
Hemels hoog zul je barmen
Als de wereld jou vergeet,
luister dan naar je kloppend hart
dat met liefde alles geeft
al wordt het dagelijks getart
Al lijkt een droom nog zo ver weg
Het kan dwalen door de lucht,
maar als geloof komt in jezelf
brengt de wind je droom terug
Fortepiano
We zijn allemaal unieke woordjes
van een prachtig couplet
Kleine zwarte nootjes
van de wereldse muziek
Ieder heeft zijn eigen klankkleur,
is de componist van zijn klassiek
Samen bouwen we
naar een harmonieus refrein,
houden we elkaar stevig vast
boven op die notenbalk
Op eigen maat
dansen we allemaal naar de brug
en het ritme van de liefde,
de Fortepiano
draagt de sleutel op haar rug
Uit 'Vlieg maar'
Als niemand je begrijpt
Een zwaluw in de lucht
kan dansen wat hij wil
Zijn veertjes zijn zo licht
dat hij zijn kop met gemak optilt
Een buizerd tilt gewicht
want zijn vleugels zijn zwaar
Niemand die dat ziet,
maar ieder kijkt ernaar
Uit 'Bloei maar'
Seringenboom
Jij staat voor mij symbool
voor de liefde van die boom
In onschuld van zijn geuren
bloeide hij gewoon
Hij liet me zien dat kracht een wil is
en dat de zon haar ochtendlicht
de dag altijd laat bloeien
door een vriendelijk gezicht
Hij liet me ruiken aan zijn liefde,
hij liet me proeven van zijn trouw
Als ik seringen zie,
denk ik nog steeds aan jou
Mijn bundels en boeken vind je HIER
Van nevel tot maneschijn
Wanneer de mist opklaart, staan de woorden in het licht geschreven. Helder en zacht.
Een handige dichtbundel in klein formaat om overal mee naar toe te nemen.
In een wereld waarin je alles kunt zijn, kun je het beste gewoon jezelf zijn.
Want wat heeft het voor zin om iemand anders te worden als juist jij het mooiste bent dat je kunt zijn?
Een bundel met gedichten over bewustwording, afscheid en een nieuw begin.
Met zachte handen de wereld door
Rozen zijn op hun mooist als ze al hun kleuren laten zien.
Het zijn de zachtste blaadjes die de heerlijkste geuren weten te toveren. Gewoon door te bloeien op hun eigen manier.
Metaforische gedichten over kwetsbaarheid en kracht.
Lentebloesem en gouden dromen
In een harde wereld hoef je niet altijd alleen maar sterk te zijn.
Soms vind je tussen de scheuren van het breken geen einde, maar een nieuw begin.
Misschien heb je zelf al ontdekt dat vallen geen zwakheid is,
maar dat het je wijst op een plek waar de groei begint.
Een groene plek, waar nieuwe dromen ontstaan die een gebroken hart langzaam veranderen in zachte bloesem.
Deze dromen zijn goud waard!
101 gedichten over kwetsbaarheid en kracht.
Tussen hemel en aarde
Niets in het leven is zeker, maar als het donker wordt, zie je sterren schitteren en als het licht wordt, licht de hemel langzaam op.
Het leven is magisch. Zelfs als het donker is. Alleen dan zie je de twinkeling van de sterren.
Meer dan 100 gedichten tussen hemel en aarde.
Het pad van mijn dromen
Een bundel met meer dan honderd gedichten over struikelen, denken, dromen, bewustwording, groeien, bloeien, loslaten, voelen, ademen en leven.
Waar dankbaarheid bloeit, klimt het leven omhoog
Meer dan 100 gedichten over de kleine dingen in het leven die het leven mooier maken. Kleine dingen om dankbaar voor te zijn. Zelfs als het leven niet makkelijk is.
Leef maar
Je weet nooit wanneer het voorbij is
Meer dan 100 gedichten over het leven.
Vlieg maar, want ook jij verdient vrijheid.
Meer dan 100 metaforische gedichten om even te landen.
Al mijn bundels en boeken vind je HIER
Maak jouw eigen website met JouwWeb